Maak historische triootjes
Bij de mens- en maatschappijvakken kun je vaak handig werken met triootjes, het koppelen van namen van personen aan gebeurtenissen en verschijnselen:
Bonifatius - 754 - kerstening
Anne Frank - bouw kamp Auschwitz - genocide
Pim Fortuyn - publicatie
Aan het Volk van Nederland - populisme.
Je kunt bijvoorbeeld de leerlingen een heel hoofdstuk op deze manier laten samenvatten. Of je bedenkt zelf een heleboel trio's uit een bepaalde periode, schrijft ze op aparte papiertjes, gooit ze door elkaar en laat de leerlingen uitzoeken wie bij wat hoort. Uiteraard moeten de leerlingen na afloop hun drietallen toelichten.
Zorg dat iedereen bij de les blijft
Leerlingen blijven beter bij de les als ze weten dat ze elk moment aangesproken kunnen worden. Stel dus als leraar geen vragen als: 'Wie weet…' of 'Wie kan…?' Stel consequent vragen als: 'Rachid, wat is…?' Maak systematisch opmerkingen als: 'Nienke, luister goed naar wat Alex zegt, want jij moet daar straks op reageren.' of 'Iedereen schrijft twee voorbeelden op, dan wijs ik iemand aan, die…'
Laat leerlingen elkaar dingen uitleggen
Leraren en zeker beginnende leraren zijn dol op uitleggen en vragen beantwoorden. Maar vaak kan hij een beter resultaat bereiken door bijvoorbeeld een vraag van een leerling door te spelen: 'Wie van jullie kan Kim uitleggen wat het woord amputatie betekent?' of 'Anouk, leg jij Sander even uit wat de accusativus-cum-infinitivo-constructie is.'
Geef gedifferentieerd instructie
Vaak geeft een leraar net zo lang klassikale instructie totdat hij het idee heeft dat zijn leerlingen het wel snappen. Dan zet hij ze aan het werk.
Zo'n leraar zou ook kunnen beginnen met een hele korte instructie. De slimmeriken die het meteen snappen, kunnen dan snel aan de slag, terwijl de leraar vervolgens wat meer tijd steekt in de leerlingen die gebaat zijn bij een uitvoerigere instructie met meer voorbeelden.
Laat een les niet stilletjes beginnen
Dit is een van de tips uit de video bij het portret van scheikundeleraar Johan de Roo. In die video wordt de tip verder uitgewerkt.
Klik hier om er rechtstreeks heen te gaan.
Geef geen cijfer onder de vier
Geef bij toetsen geen lagere cijfers dan een vier. Op die manier houdt een leerling perspectief op en motivatie voor een uiteindelijke voldoende.
Maak toetsen voor alle leerstijlen
Wees creatief bij het maken van toetsvragen. Leerlingen hebben verschillende leerstijlen. Je bevoordeelt taalvaardige leerlingen als je alleen maar tekstuele vragen maakt. Maak dus als het even kan ook vragen met afbeeldingen, schema’s, grafieken en getallen, zodat leerlingen met andere leerstijlen ook tot hun recht komen.
Schrap overbodig gepraat
Je wordt geen leraar als je niet van lullen houdt, zeggen ze wel eens. Natuurlijk heeft een leraar een behoorlijke portie verbaal talent nodig, maar dat betekent nog niet dat een leraar altijd meteen moet zeggen wat er in zijn hoofd opkomt. Ook als hij alleen aan het woord is, doet hij er goed aan alle overbodige tekst te schrappen ten behoeve van een effectieve communicatie zonder storende ruis.
Kortom, geen geleuter als: 'Waar heb ik nou mijn boek gelaten? O ja, ik zie het al. Eens even kijken waar we gebleven waren. Wat hadden we de vorige keer ook al weer gedaan? Ik begin een beetje vergeetachtig te worden, geloof ik. O ja, ik zie het al. Volgens mij was het hier ergens, in de buurt van opdracht 15….'
Corrigeer klassikaal
Al het nakijkwerk is vreselijk en kost een heleboel tijd. Is het altijd nodig dat de leraar dat in zijn eentje doet? Probeer zoveel mogelijk dingen klassikaal te corrigeren. Dat kost in het begin wat gedoe en organisatorisch talent. Soms moet er ook wat weerstand van leerlingen overwonnen worden. Maar het loont op den duur de moeite.
Begin met de actualiteit
Lees als leraar elke morgen een krant of desnoods de
Metro of de
Spits. Je ziet dan altijd wel iets om de les mee te beginnen, een aardige binnenkomer. Maar je kunt er ook een verbinding mee aanleggen tussen de lesstof en het echte leven. Het maakt de leerlingen duidelijk dat wat zij leren betekenis heeft.
Laat leerlingen zelf lesgeven
Ter voorbereiding op een groot proefwerk over veel vakonderdelen kan de leraar de klas in groepjes van drie verdelen. Elk groepje krijgt één onderwerp toegewezen en bereidt daarover een klein lesje voor van bijvoorbeeld vijf minuten: wat uitleg op een aardige manier, een mooi opdrachtje, een paar goede vragen, enzovoort.
Na de voorbereiding geven de groepjes die lesjes aan de hele klas. De echte leraar is actief aanwezig en stimuleert, complimenteert, enthousiasmeert en corrigeert.
De leraar kan de leerlingen ook vragen en/of opdrachten laten bedenken. Die worden besproken en een paar ervan neemt de leraar echt op in het proefwerk.
Leg de les stil als de aandacht verslapt
Tijdens de uitleg merk je opeens dat de aandacht voor jouw verhaal minder wordt. De kinderen worden onrustig, sommigen beginnen te praten of draaien zich demonstratief van je af. Dat kan in een paar seconden gebeuren. Je voelt dat je het contact met de klas verliest, je gaat harder praten en er ontstaat een spanning in het lokaal.
Stop dan resoluut met de uitleg en benoem wat je waarneemt. Dat geeft jou lucht en kinderen de gelegenheid om in hun hoofd even de benen te strekken. Als je vraagt of er iemand is die weet hoe dat komt, blijken er altijd kinderen te zijn die je dat haarfijn kunnen uitleggen. Liever de les even stilleggen dan jezelf forceren.
Behandel een fictief land
Laat de leerlingen individueel of in groepsverband een tijdlang werken aan de geschiedenis of de aardrijkskunde van een denkbeeldig land. Laat ze de geschiedenis van dat land verzinnen of de geografie ervan. Laat ze er thematische kaarten, grafieken en overzichten bij maken.
Laat leerlingen een spiekbriefje maken
Is het heel erg vreemd en slecht voor de leerresultaten om leerlingen toe te staan een spiekbriefje mee te nemen naar een proefwerk? Bind het aan strenge voorwaarden: een half A4-tje, eenzijdig beschreven, het spiekbriefje met het werk inleveren.
Het effect van een en ander is dat de leerling bewust en – als het goed is efficiënt - bezig is met de voorbereiding van het proefwerk. Wat kan daartegen zijn?
X en Y-as ludiek uitgelegd
Met welke hand maak je een kruisteken? Katholieke kindertjes wisten het antwoord op die vraag vroeger meteen. Zo kon je hun het verschil tussen links en rechts aanleren.
Op net zo'n soort manier maakte een leraar het onderscheid tussen de x- en de y-as duidelijk: hij ging een eindje van het bord af staan en gooide er met kracht een ei tegen kapot. Het ei droop langs het bord naar beneden: dat is nu de y-as.
Bereid leerlingen goed voor op een proefwerk
Heel vaak gaat de aankondiging van een proefwerk als volgt:
'Volgende week hebben jullie een proefwerk.'
'Waarover dan?'
'Over hoofdstuk 12.'
'Wat moeten we daarvan leren dan?'
'Alles, hoofdstuk 12, van a tot z.'
Beter is het als de leraar er tijd voor uittrekt om de leerlingen op het proefwerk voor te bereiden. Zeg heel precies wat ze van welke onderdelen moeten kennen en wat ze moeten kunnen. Laat ze met voorbeeldvragen of -opdrachten oefenen. Geef ze adviezen hoe ze zich het beste de stof eigen kunnen maken en oefen daar ook mee. Heel veel talenleraren geven bijvoorbeeld alsmaar proefwerken waarbij de leerlingen woordjes moeten leren, maar ze oefenen nooit de verschillende manieren waarop je woordjes kunt leren.
Voeg een spelelement toe
Stel dat een leraar wil dat zijn leerlingen alle Europese landen kennen. Hij verdeelt de klas in groepjes van vier en zet ze samen aan het werk om een volledige lijst van die landen te noteren. Zo'n groepje zou dan zo te werk kunnen gaan: ieder noemt om de beurt een Europees land en alle vier noteren ze dat. Als iemand op een gegeven moment geen land meer weet, zegt hij of zij: 'Ik pas.' Het groepje gaat door totdat iedereen gepast heeft. Dit is ook toe te passen bij andere vakken dan aardrijkskunde.
Begin met een probleem
Stel aan het begin van een nieuw onderwerp een uitdagend probleem aan de orde of laat leerlingen bijvoorbeeld het probleem verkennen met knippen en plakken: de hoekensom van een driehoek, een papieren kubus, Pythagoras met vierkanten, de maximale inhoud van een bakje. Zie voor een toelichting bij deze tip de videoclip bij wiskundeleraar Rob van Oord.
Geef passende opdrachten
Rekening houden met de leefwereld van de leerlingen. Dat klinkt als een mooi didactisch uitgangspunt, maar het heeft heel praktische consequenties. Voor een schrijfopdracht bij Nederlands, of een andere taal, kun je de leerlingen een verhaal laten schrijven of een gedicht. Maar waarom geen handleiding voor handig brommeronderhoud of een recept voor een lekkere maaltijd?
Leg moeilijke dingen makkelijk uit
Dit is een van de tips uit de video bij het portret van wiskundeleraar Job van de Groep. In die video wordt de tip verder uitgewerkt.
Klik hier om daar rechtstreeks heen te gaan.
Wijs proefwerkplaatsen toe
Bij een proefwerk zetten veel leraren de tafels uit elkaar. Schroom dan ook niet, als je dat nodig vindt, om leerlingen een andere plek toe te wijzen. Ga daarover geen uitgebreide discussies aan en stel je resoluut op, maar probeer het ook met een beetje humor aan te pakken: 'Ik had voor jou vandaag nog een mooie ereplaats in de aanbieding.' 'Ik wil dat je je proefwerk goed maakt en nergens door afgeleid kunt worden.' 'Volgens mij presteer je beter als je even van je vertrouwde omgeving loskomt.'
Maak chronologie concreet
Kies een aantal items of scènes die de leerlingen in tien historische tijdvakken moeten plaatsen. Bijvoorbeeld: 'Vader, moeder en de kinderen zitten thuis na het eten nog aan tafel. Het is donker, de lamp brandt, vader leest de krant. Over welk tijdvak hebben we het dan? Over welke tijdvakken kunnen we het onmogelijk hebben? Waarom?'
Bespreek je les na
Neem op het eind van elke les even de tijd om die les na te bespreken met je leerlingen. Hanteer een paar simpele, vaste vragen. Laat telkens andere leerlingen die vragen beantwoorden.
Leg uit hoe je woordjes leert
Als de leerlingen bij een vreemde taal woordjes moeten leren, laat ze dat dan niet alleen als huiswerk doen. Trek er bijvoorbeeld op het eind van de les wat tijd voor uit en laat ze samen woordjes leren.
Nog beter is om ze daarbij te begeleiden. Bied ze een aantal keren een verschillende strategie aan om woordjes te leren en laat ze daarmee oefenen. Bespreek op een gegeven moment welke strategie voor welke leerling het beste werkt. Sommige leerlingen hebben misschien hun eigen strategie ontwikkeld. Betrek die ook bij de bespreking.
Bespreek toetsen grondig
Maak van een toetsbespreking geen discussie-uurtje. Bespreek de toets zorgvuldig en gestructureerd. Jij bent aan het woord. Het is de bedoeling dat leerlingen er iets van leren, zeker leerlingen die de toets minder goed gemaakt hebben.
De leerlingen mogen vragen stellen en opmerkingen maken. Daar hebben ze recht op. Maar laat ze dat te allen tijde pas doen na de toetsbespreking, in de les of na de les. Dat hangt af van hoeveel tijd er beschikbaar is en hoe jouw organisatie eruit ziet.
Wat ook kan is dat je de leerlingen hun vraag, opmerking of klacht over de toets op papier laat zetten. Ontwikkel daar desnoods een formuliertje voor. Spreek af dat die formuliertjes uiterlijk de volgende les behandeld zijn en dat iedereen antwoord krijgt.
Hoe goed je boek ook is, zet het naar je eigen hand
Dit is een van de tips van leraar Engels Hans de Jong. In de videofilm bij zijn lerarenportret wordt een en ander uitgewerkt.
Klik hier om er rechtstreeks heen te gaan.
Maak geen misbruik van cijfers en proefwerken
Dit is een van de tips uit het videofilmpje bij het portret van wiskundeleraar Job van de Groep. Deze tip wordt daar verder uitgewerkt.
Klik hier om er rechtstreeks heen te gaan.
Maak zelf je toetsen
Laat je eerste proefwerken beoordelen door een collega, maar stel ze zelf op. Daar leer je het meeste van. Bedenk welke kennis of vaardigheid je wilt toetsen en op welke manier dat het handigste kan. Leg de eerste opzet van je toets een paar dagen weg, maak dan de toets en stel de vragen of opdrachten bij.
Zorg dat je een grondige vakkennis hebt
Dit is een van de tips uit de video bij het portret van aardrijkskundeleraar Hans Heij. In die video wordt de tip verder uitgewerkt.
Klik hier om er direct heen te gaan.
Geef je eigen fouten toe
Geef fouten gerust toe. Raak niet in paniek als je iets niet weet. Je kunt afspreken dat jij, maar ook de leerling het antwoord opzoekt en dat je er een volgende les op terugkomt.
Als een leerling een fout signaleert moet je dat onmiddellijk positief bekrachtigen: 'Goeie vraag, joh. Dat weet ik ook niet. Waar denk je dat we het zouden kunnen vinden? Wie heeft daar ook een idee over?' of 'Jee, daar heb ik niet aan gedacht. Daar heb ik overheen gekeken. Dat heb ik fout gedaan. Jij hebt gelijk.'
Laat leerlingen leren van hun fouten
Streep fouten bij een toets niet elke keer zomaar aan. Verbeter ze ook niet elke keer. Trek er af en toe tijd voor uit om een simpele foutenanalyse te maken. Vaak is het namelijk niet zo moeilijk om van een fout te zeggen dat hij te maken heeft met gebrek aan inzicht of met gebrek aan inzet. Dit verschil in fouten kan bij leerling én leraar leiden tot een verschillende aanpak om een en ander te verbeteren.
Trap overigens niet in de val om fouten door gebrek aan inzet alleen maar te lijf te gaan met een moralistische preek over harder werken, beter opletten en dat soort dingen. Voor woordjes leren heb je bijvoorbeeld niet veel inzicht nodig, maar veel leerlingen krijgen nooit goed uitgelegd hoe memoriseren het slimste en snelste gebeuren kan.
Maak leerlingen nieuwsgierig door zelf creatief te zijn
Dit is een van de tips uit de video bij het portret van wiskundeleraar Henny Dullens. In die video wordt de tip verder uitgewerkt.
Klik hier om er rechtstreeks heen te gaan.
Bereid lessen aan moeilijke klassen nog grondiger voor
Als je moeite hebt met een klas, zorg er dan in ieder geval voor dat je de lessen goed voorbereidt, zowel qua inhoud als qua organisatie. Dat vergroot je gevoel van zekerheid en helpt mee om aanzien bij de leerlingen op te bouwen.
Breng de stof dicht bij de leerlingen
Als er in je geschiedenisles een nieuw onderwerp aan bod komt, kun je de aanwezige voorkennis bij de leerlingen prima mobiliseren door heel kort iets over die periode te vertellen, in steekwoorden bijvoorbeeld. Nodig de leerlingen vervolgens uit een verhaal over die periode te vertellen met een leeftijdsgenoot als hoofdpersoon.
Alternatief: zoek een stripverhaal over die periode, haal de tekst uit de ballonnen en laat de leerlingen ze vullen met nieuwe tekst.
Weet waarom de stof belangrijk is
Bereid je altijd voor op het vingertje van die ene leerling die aan jou vraagt waarom hij de stof die jij behandelt eigenlijk moet leren. Met antwoorden als ‘Het staat in het boek’, ‘Omdat ik dat wil’ of met het allergoedkoopste ’Dat moet je weten voor de toets’ kom je niet ver.
De uitdaging is om, liefst aan de hand van concrete voorbeelden, de leerling duidelijk te maken waarom voor hem die stof belangrijk is. Als je niet kunt uitleggen waarom het zinvol is dat leerlingen iets weten over Inca’s en Azteken moet je daar geen les aan besteden. Als leerlingen duidelijk weten waarvoor zij kennis kunnen gebruiken, zullen ze gemotiveerder aan het werk gaan.
Laat leerlingen brainstormen
Brainstormen is een veel gebruikte werkvorm, bijvoorbeeld bij het mobiliseren van voorkennis ter introductie op een nieuw onderwerp. Meestal noemen de leerlingen bepaalde dingen op en schrijft de leraar ze op het bord. Als variatie kunnen de leerlingen zelf iets op het bord schrijven en daarna het krijtje doorgeven aan een klasgenoot.
Stel scherpe doelen
Stel bij de start van een les of activiteit de doelen scherp. Op het eind van dit uur hebben de leerlingen zich een mening gevormd over x, kennen ze de hoofdlijnen van y, hebben ze z gemaakt, enzovoort. Je schept daarmee een helder kader en bovendien krijgt op die manier een nabespreking meer betekenis.
Gezamenlijke proefwerken zijn niet verplicht
Er zijn leraren die denken dat gezamenlijke proefwerken binnen een vak moeten vanwege de collegiale lerarencompetentie. Dat is een misverstand. Op zich is er niks mis met gezamenlijke proefwerken. Maar het is ook geen ramp als er geen gezamenlijke proefwerken gehouden worden. Leraren die eigen proefwerken organiseren, afgestemd op hun eigen klassen, kunnen prima collegiaal-competente leraren zijn. Lees voor een verdere uitdieping van dit onderwerp de roman
Suezkade van Jan Siebelink.
Vertel over de geschiedenis van je vak
Vertel regelmatig iets over personen of feiten uit de geschiedenis van de wiskunde. Met welke problemen hield men zich vroeger bezig en waarom? Welke wiskundigen waren toonaangevend? Welke tak van de wiskunde hebben ze ontwikkeld? Anekdotes doen het ook goed.
Geef duidelijke opdrachten
Wees altijd heel precies en consequent bij het geven van opdrachten. Vertel altijd wat er gedaan moet worden, hoe de leerlingen de opdracht dienen aan te pakken, welk hulpmateriaal ze kunnen gebruiken, hoeveel tijd ze hebben, wat er met de resultaten van de opdracht wordt gedaan en wat ze mogen of moeten doen wanneer ze eerder klaar zijn.
Kortom: Wat - Hoe - Hulp - Tijd - Resultaat - Klaar.
Maak je onderwijs aanschouwelijk: leerlingen leren daar méér van
Je kunt de werking van bijvoorbeeld tandwielen met veel woorden of geteken op het bord uitleggen. Je kunt ook de klas én een fiets met versnellingen mee naar het schoolplein nemen en daar al metend en kijkend laten zien wat tandwielen doen.
Zie de video bij het lerarenportret van Jan de Lange voor een verdere uitwerking.
Klik hier om daar rechtstreeks heen te gaan.
Maak verbinding met de actualiteit
Probeer regelmatig iets uit het nieuws of het alledaagse leven van de leerlingen in je uitleg of je activiteiten te plaatsen. Om dat te kunnen is het van belang op de hoogte te zijn van de leefwereld van de leerlingen. Waar kijken ze naar op de tv, wat lezen ze eventueel, wie of wat is populair?
Gebruik leerstof nooit als straf
Iedereen heeft het wel meegemaakt: zo'n jonge, onervaren leraar. De hele klas stond op zijn kop, het was een enorme puinhoop. En de leraar? Die pende het hele bord vol met leerstof. Hoe groter de puinhoop, hoe meer leerstof hij erin stopte.
Leerstof als straf voor slecht gedrag: het werkt niet. Leren is belangrijk, leuk of nuttig. Maar de leerlingen moeten het nooit associëren met straf.
Betrek iedereen bij de les door een probleem centraal te stellen
Dit is een van de tips van wiskundeleraar Rob van Oord in het videofilmpje bij zijn lerarenportret. De tip wordt in de video uitgewerkt.
Klik hier om er rechtstreeks heen te gaan.
Zorg dat je leerlingen vooral aan het denken zet
Zorg er in je onderwijs vooral voor dat je leerlingen aan het
denken zet.
Dit is een van de tips uit de video bij het portret van Bert Ydema. Zie die video voor een verdere uitwerking.
Klik hier om er rechtstreeks heen te gaan.
Beschouw het als goede feedback op jou als je leerlingen bijles nemen bij iemand anders
Vaak doen leraren er nogal laconiek over als hun leerlingen bijles nemen bij iemand anders. Er zijn zelfs leraren die zoiets stimuleren.
Toch is dat vreemd. Het is jouw taak om jouw leerlingen te leren wat ze moeten leren. Als dat jou niet lukt, dan voer jij je taak niet goed uit. Reden om daarover na te denken en er wat aan te doen. Geen reden voor een laconieke reactie dus.
Maak moeilijke onderwerpen concreet en sluit aan bij ervaringen van leerlingen
Dit is een van de tips van wiskundeleraar Rob van Oord. In het videofilmpje bij zijn lerarenportet wordt die tip verder uitgewerkt.
Klik hier om er rechtstreeks heen te gaan.
Gebruik het nakijken als inspiratiebron voor een volgende les
Veel leraren beschouwen nakijken als een noodzakelijk kwaad. Het is vreselijk, maar je ontkomt er niet aan.
Of dit nu waar is of niet: je zou nakijken ook kunnen beschouwen als een inspiratiebron voor volgende lessen. En denk dan niet meteen aan het aanleggen van een lijst met fouten om die een volgende les te kunnen bespreken. Probeer ook eens na te gaan waarom bepaalde foute of ook goede antwoorden gegeven worden. Volg de gemaakte redeneringen. Zie hoe opdrachten aangepakt zijn. Merk op hoe antwoorden geformuleerd worden. Leer kortom van de feedback die je leerlingen je in feite geven met hun werk. En doe er vervolgens iets mee.
Geef leerlingen wat mee van de regionale taal en cultuur
Dialecten sterven uit, zegt men weleens. Het is de vraag of dat helemaal waar is. Maar op school wordt er over het algemeen minder aandacht besteed aan dialecten en regionale cultuur.
Da's zonde, vindt Sietze Steinvoorte op de video bij zijn lerarenportret. Een school moet niet los staan van zijn omgeving. En het is leuk en leerzaam om de leerlingen, als dat zo te pas komt, iets mee te geven van de taal en de cultuur van die omgeving.
Zie de video voor een verdere uitwerking.
En klik hier om er rechtstreeks heen te gaan.
Zorg in de rekenles vooral ook voor sommen die de kinderen, ieder op zijn eigen niveau, kunnen uitdagen
Deze tip komt voor op de video bij het lerarenportret van leraar basisonderwijs Sietze Steinvoorte. Zie de video voor een uitwerking van deze tip.
Klik hier om er rechtstreeks heen te gaan.