Markeer het begin van de les
Zorg voor een duidelijk gemarkeerd begin van de les, door elke les dezelfde positie in het lokaal te kiezen, dezelfde houding aan te nemen en zo ongeveer hetzelfde te zeggen. Het schept duidelijkheid voor de leerlingen, die denken: Hier staat onze leraar, onze stabiele factor in het woelige school- en puberleven, deze leraar heeft alles voor ons onder controle, de les gaat beginnen.
Het klinkt raar, maar is waarschijnlijk toch waar: zo ongeveer hetzelfde effect kan bereikt worden als de leraar elke les juist een andere positie kiest of juist verschillende beginzinnen gebruikt.
Wacht op stilte in de klas
Als je wilt dat de klas stil is, bijvoorbeeld voor wat uitleg tijdens groepswerk, zorg dan ook dat het echt stil wordt. Wacht geduldig tot iedereen stil is en begin dan pas. Je hebt van die leraren die 'Stilte, stilte' roepen en dan meteen, door al het lawaai heen, alvast beginnen. Dan kun je natuurlijk net zo goed niet om stilte roepen, dat scheelt alweer wat herrie!
Stuur leerlingen professioneel de klas uit
Als je een leerling al de klas uit stuurt, doe dat dan op een professionele en consequente manier. Zeg de betreffende leerling dat zijn of haar gedrag -en benoem dat heel precies- niet te tolereren is. Maak meteen een afspraak voor na de les. En begin die afspraak met de vraag: 'Begrijp je zelf waarom ik jou eruit gestuurd heb?'
Hou je hand omhoog voor stilte
Hou als het stil moet zijn alleen maar je hand omhoog. Zeg dus helemaal niets, maar ga alleen voor de klas staan met je hand omhoog. Je zult het niet geloven, maar het werkt. Studeer dat gebaar wel zorgvuldig in. Het moet duidelijk een hand omhoog zijn en geen gebaar dat geassocieerd kan worden met andere dingen.
Gebruik geen rode pen
Kijk werk van leerlingen niet na met een vuurrode pen. Gebruik liever een groene. Of een zacht potlood. Is meestal net zo leesbaar en oogt stukken vriendelijker.
Zet de achterste rij vooraan
Er komt een klas van twintig leerlingen een lokaal binnen met vijfentwintig tafels. Dan gaan ze natuurlijk allemaal achteraan zitten en blijven de vijf voorste tafels leeg. En gegarandeerd dat de grootste herrieschoppers op de achterste rij zitten. Het is nu eenmaal het voorrecht van herrieschoppers om achteraan te zitten.
Aarzel dus geen seconde: kom de klas binnen, stap op de achterste rij af en zet die leerlingen, zonder er veel woorden aan vuil te maken, op de voorste rij. Op die manier maak je duidelijk dat jij degene bent die over de lesorganisatie gaat en dat je een goede kijk hebt op de verhoudingen in de groep.
Deel je lestijd goed in
Wees je als leraar bewust van de tijd. Zorg bij de lesvoorbereiding dat je een goed beeld krijgt van hoe lang elke lesfase duurt. Maak bijvoorbeeld de oefeningen uit het boek eerst zelf en reken dan voor de leerlingen de dubbele tijd. Zorg er ook voor dat je onderdelen weg kunt laten als je krap in je tijd zit en dat je opdrachten achter de hand hebt voor als je tijd over hebt.
Bouw je les gestructureerd op en zorg altijd voor een gezamenlijke afsluiting. Laat je niet overvallen door de bel. Zorg dat je altijd een horloge om hebt. Laat leerlingen niet doorwerken totdat de bel gaat, maar laat ze op tijd opruimen.
Sommige docenten laten de leerlingen de laatste tien minuten van de les aan hun huiswerk beginnen en vervolgens doorwerken tot dat de bel gaat. Zorg dan voordat ze aan hun huiswerk beginnen dat je de les hebt afgerond.
Maak een klassenopstelling
Als er meer tafels dan leerlingen zijn, blijven vaak de voorste tafels leeg. Als je dat niet prettig of niet goed vindt, kun je natuurlijk op een of andere manier leerlingen van elders naar die voorste tafels dirigeren. Maar je kunt ook die lege tafels demonstratief en zonder er veel over te zeggen even aan de kant zetten.
Ook kun je, als je een klas voor het eerst hebt, zorgen dat je op tijd bent, de leerlingen opwachten bij de deur en iedereen een plek aanwijzen. Wijs drukdoeners meteen een plek vooraan aan. Hou discussie-uitlokkers op de gang en zet ze als laatste op een lege plek voorin. Leg, als iedereen op de aangewezen plek zit, uit dat deze plekken voor de eerste twee of drie weken zijn en dat je daarna de situatie opnieuw zult bekijken. Doe dat dan ook en organiseer wat inspraak van de leerlingen bij die definitieve klassenopstelling. Dit kost wat tijd en geeft wat gedoe, maar het voorkomt een hoop onrust bij het binnenkomen van de klas.
Nog een andere mogelijkheid: zet meteen een groepsopdracht in, bepaal zelf de groepsindeling en wijs de groepjes een plek in het lokaal toe. Laat ze na de groepsopdracht op die plek blijven zitten.
Of schrijf voordat de klas binnenkomt op het bord: Wie achteraan gaat zitten, wordt voorin gezet.
Wat ook wel wat kan opleveren: informeer bij collega's hoe de leerlingen bij hen in de klas zitten. Je hoeft dat niet per se na te doen, maar het leert je wel wat over de gewoontes op de school.
Praat zachter bij onrust
Als beginnend docent ben je geneigd om onrust en geroezemoes met je stem te overtreffen. Het kan ontaarden in lessen waarin je aldoor met geschreeuw probeert de klas te bestieren. Dit is geen prettige situatie. Probeer eens af te wachten tot het bijna stil is. Ga voor de klas staan, maak je breed en zorg dat ze zien dat je wat gaat vertellen. Begin dan op een goed moment met zachte stem te vertellen wat je gaat doen. Wel met je gezicht naar de klas blijven, anders hoort geen mens het. Zorg ervoor dat wat je vertelt ook echt belangrijk is. Maak je een grap, dan kun je niet verwachten dat ze stil blijven. Het blijft in het begin een hachelijke zaak om te wachten tot het stil is. Daar kan de klas ook een strijdpunt van maken.
Reguleer toiletbezoek
Reguleer toiletbezoek. In een normale situatie hoef je hieraan geen aandacht te besteden, omdat het zichzelf regelt. Voer wel vaste regel in dat er geen toiletbezoek plaatsvindt tijdens instructie van de docent.
Bij beginnende docenten wil het nogal eens gebeuren dat de hele klas constant naar de WC moet. Probeer dit geen probleem te laten worden. Regel dan iets als: nooit meer dan een leerling tegelijk naar het toilet. De lol is er zo gauw af. Werkt dat niet, verbied dan botweg toiletbezoek tijdens jouw les.
Of geef gelegenheid tot toiletbezoek voordat de leerling binnenkomten in de klas niet meer. Even je tas neerzetten en snel naar de wc mag ook. Daarna geldt: wie binnen is, is binnen.
Zorg dat jij de regie over de klas hebt
Dit is een van de drie tips uit de videofilm bij het portret van aardrijkskundeleraar
Hans Heij. Zie het filmpje voor een verdere uitwerking.
Klik hier om er direct naartoe te gaan.
Start de les met een vast stramien
Zorg dat leerlingen precies weten wat ze moeten doen als ze bij jouw les binnenkomen. Moeten ze altijd meteen hun spullen pakken? En welke spullen dan? Of moeten ze op jou wachten om te horen wat ze moeten doen? Moeten ze zelf aan de slag als jij rustig achter je tafel zit en moeten ze daarmee wachten als jij voor het bord staat en dus om klassikale aandacht vraagt?
Misschien is het iets makkelijker om elke les centraal te beginnen. Dan kun je het programma en de gang van zaken in die les uitleggen en vervolgens een kleine vragenronde houden of alles duidelijk is.
Het is handig als je als leraar bedenkt welk stramien voor jou het prettigst is. Maak dit bespreekbaar als blijkt dat de klas kennelijk iets anders verwacht. Probeer dan samen aanpassingen af te spreken waar iedereen zich in kan vinden.
Wees duidelijk en consequent
Iedere beginnende leraar kent wel het goedbedoelde advies van collega's: hou in het begin de teugels strak, later kun je die altijd nog laten vieren.
Maar hoe doe je dat dan precies, de teugels strak houden? Bijvoorbeeld door meteen duidelijke regels te hanteren. Gedraag je fatsoenlijk en pas je aan aan je omgeving. Wat fatsoenlijk gedrag is, weet iedereen. Geen voeten op tafel, geen troep op de grond, geen pet op je hoofd of jas aan je lijf. Je aanpassen aan je omgeving is je realiseren dat je op een school bent en dat betekent: altijd je huiswerk maken, altijd je spullen meenemen.
Dat gezegd hebbende is het zaak deze regels zeker in het begin consequent te handhaven. Zie geen petje over het hoofd, negeer geen propje op de grond, controleer elke keer het huiswerk en accepteer geen enkele smoes over vergeten spullen. Het geeft een tijdje gedoe maar het loont de moeite. En op den duur kun je er wat soepeler mee omgaan.
Beschouw eruit sturen als noodoplossing
Beschouw leerlingen eruit sturen als trekken aan de noodrem. Bij zo'n noodrem staat altijd: 'Te gebruiken in geval van nood.' Er moet dus een echte noodzaak aanwezig zijn om iemand eruit te sturen. Probeer voor jezelf die noodzaak precies te formuleren voordat je overgaat tot eruit sturen.
Bij een noodrem zie je ook altijd: 'Misbruik wordt bestraft.' In dit geval betekent dit: een leraar die teveel eruit stuurt of zonder duidelijke noodzaak, verliest zijn geloofwaardigheid.
Gun de klas ook ontspanning
De spanningsboog van leerlingen is kort. Zorg dus voor afwisselingen en las momenten in waarin ze even kunnen uitblazen en accepteer dan dat het rumoerig is.
Sommige leraren gebruiken hiervoor een groen en rood stoplicht. Staat het stoplicht op rood? Mond houden en werken. Staat het stoplicht op groen? Ontspannen en met elkaar praten.
Het werkt, zo'n truc. Zorg er wel voor dat je je les vijf minuten voor tijd duidelijk afrondt en het licht op groen zet. Doorgaan tot de laatste seconde zorgt voor nodeloze irritatie en chaos.
Beloon de klas voor een leuke les
Maak samen met de leerlingen een pot met briefjes. Op elk briefje staat een kleine, leuke activiteit, die twee tot vijf minuten duurt, bijvoorbeeld een mop, galgje of een raadsel. Als de les goed verlopen is, komt de pot op tafel en wordt er een briefje getrokken. En die ene leerling die die les alleen maar vervelend was, die mag tijdens die pot-activiteit even de gang op.
Hou iets achter de hand
Zorg dat je als leraar altijd iets achter de hand hebt om een ludieke draai te kunnen geven aan de les, om op een bepaalde situatie te kunnen inspelen of om een dreigende omstandigheid te kunnen omzeilen. Dat kunnen niet alledaagse acties zijn. Het kan ook gaan om een bijzondere werkvorm die nog nooit is gebruikt of leuke anekdotes, bijzondere voorwerpen of een spelletje.
Je kan bijvoorbeeld het voetbalspel spelen:
Dit is altijd leuk voor einde van de les en het werkt het best met een whiteboard dat magnetisch is.
Teken een voetbalveld overdwars op het bord, teken er drie lijnen in, bijvoorbeeld de middenlijn en de 25m-lijnen, en twee doelen. Zorg voor een rond magneetje en leg die op de middenstip. Verdeel de klas in twee groepen. Stel vervolgens controlevragen over de les die je net hebt gegeven. Elke keer dat een vraag goed is beantwoord, schuift de bal één vak richting de goal. Als de groep die aan de beurt is het antwoord niet weet, mag de andere groep het proberen. Spelregels kun je verder naar eigen inzicht bepalen. Als er drie vragen op rij goed beantwoord zijn, heeft die groep een doelpunt. Je kunt ook twee leerlingen naar het bord halen die de bal verplaatsen en de doelpunten bijhouden.
Straal zelfbewustzijn uit
Autoriteit is ook een kwestie van lichaamstaal. Als je een klas binnenkomt met zesendertig leerlingen is het niet zo gek dat je hart in je keel bonst. Maar je kunt ook denken: Kom op, leraar zijn is toneel spelen. En je stapt zelfbewust de klas binnen, het toneel op. Dikke kans dat er dan iets overslaat op de leerlingen.
Suggestie: schrijf op het bord je naam en zeg dan dat je door je vrienden en je partner met je voornaam wordt aangesproken, maar dat je voor je leerlingen (vooralsnog) mijnheer of mevrouw ... bent.
Vat spiekers in hun kraag
Dit is een tip voor leraren die vast in hun schoenen staan en enige neiging tot lolbroekerij hebben:
Ga bij proefwerken ontspannen met een leuk boek of als je wat jonger bent met een computerspelletje op je iPod achteraan in de klas zitten. Geniet van je rust en van je lectuur of spelletje, maar roep af en toe onverwacht en met forse stem: 'Wil je daar onmiddellijk mee ophouden?' Je weet helemaal niet of er gespiekt wordt en zeker niet wie er spiekt, maar door je bulderende interventie verraden de spiekers zich gegarandeerd zelf: 'Hùh, ik doe toch niks.' 'Ik pakte alleen haar pen.' 'Ik vroeg alleen hoe laat het was.' En dan weet je meteen hoe laat het is.
Gebruik ook non-verbale correcties
Je les moeten onderbreken om leerlingen verbaal omstandig te corrigeren is hinderlijk. Probeer met een aantal non-verbale correcties de leerlingen duidelijk te maken wat je wilt:
- de vinger op de lippen als je stilte wilt
- met twee handen gebaar maken van boek open slaan
- met een gebaar duidelijk maken dat de pet af moet of de iPod uit de oren
- met een cirkelend gebaar duidelijk maken dat iemand zich moet omdraaien
- hand opsteken ten teken dat jij het woord wilt nemen
- enzovoort
Beweeg je door de klas
Wanneer leerlingen zich veilig voelen bevordert dit het leerklimaat. Ga niet de hele tijd achter je bureau zitten. Dat schept afstand en werkt bedreigend. Beweeg je vrijelijk door de klas, zodat je direct contact kunt maken met de leerlingen en kunt laten zien dat je belangstelling voor hen hebt.
Doe dat ook wanneer je je leerlingen aan het werk hebt gezet. Kijk over hun schouders mee en complimenteer ze met wat ze aan het doen zijn. Ze kunnen je dan ook vragen stellen. Let daarbij op dat je niet meteen het antwoord geeft. Stel bijvoorbeeld een tegenvraag. Geef een voorbeeld. Dan komen ze vaak zelf op het antwoord en dat werkt beter.
Kies dus ook een andere plek dan achter je bureau als het gaat om interactie
tussen jou en de klas. Ga bijvoorbeeld op een hogere kruk zitten. Dan heb jij een goed overzicht en de leerlingen kunnen jou gemakkelijker zien. Er wordt weleens gezegd dat een leraar nooit op de voorste tafel moet gaan zitten. Maar waarom eigenlijk niet?
Wen je klas aan vaste rituelen
Dit is een tip van leraar Engels Willem Weisfelt. In het videofilmpje bij zijn lerarenportret wordt een en ander toegelicht.
Klik hier om er meteen naar toe te gaan.
Plaats leerlingen op leeftijd
In een klas met grote leeftijdverschillen is het soms helemaal niet gek om de leerlingen een plaats op leeftijd toe te wijzen: de jongste links vooraan en dan zigzaggend door naar achteren waar de jongen of het meisje komt te zitten die al drie keer is blijven zitten.
Zo'n plaatsingscriterium is prima te verkopen en is absoluut ondubbelzinnig. En het biedt een beetje creatieve leraar allerlei mooie mogelijkheden om bij opdrachten, vragen enzovoort gebruik te maken van de leeftijd van leerlingen.
Geef leerlingen iets te doen na een proefwerk
Bij een proefwerk of een soortgelijke activiteit zijn sommige leerlingen eerder klaar dan andere. Laat die dan niet met hun blaadje voor zich zitten wachten totdat iedereen klaar is en het werk opgehaald wordt. Dat is vragen om onrust en andere problemen. Het is in ieder geval zonde van de tijd.
Laat iedereen in dat soort situaties altijd een mooi boek bij zich hebben om te lezen. Of zorg zelf voor een voorraad mooie boeken. Of verstrek ze een rebus of puzzel. Of zet een doos strips op je tafel.
Een goede les staat of valt met een gedegen voorbereiding
Dit is een van de tips van scheikundeleraar Johan de Roo. De tip wordt verder uitgewerkt in de videoclip bij zijn lerarenportret.
Klik hier om er rechtstreeks heen te gaan.
Loop in een vaste route door de klas
Als de leerlingen zelfstandig aan het werk gaan, doet de leraar er goed aan niet meteen achter zijn bureau te gaan zitten, maar door de klas te lopen. Telkens in een vaste looproute. Dat is voor de leerlingen een duidelijk signaal dat ze aan het werk moeten gaan. Voor de leraar levert het ook veel relevante informatie op. Welke groepjes of welke individuele leerlingen hebben waar moeite mee?
Evalueer je lessen met de klas
Als de leerlingen toch een proefwerk moeten maken, waarom stel je er dan op het eind ook niet een kleine evaluatieve vraag bij over dat proefwerk, over de afgelopen lessen en over de stof? Waarover zouden ze meer willen weten, wat krijgt te weinig aandacht, welke andere gang van zaken zouden ze wensen?
Experimenteer niet meteen in een klas
Start in een klas met werkvormen die je beheerst. Probeer nieuwe werkvormen pas uit als je het idee hebt dat je kan lezen en schrijven met een klas. Dan kun je het risico nemen om een keer onderuit te gaan.
Bijvoorbeeld: Ben je gewend om frontaal les te geven, zorg dan eerst dat je dit in een nieuwe klas goed beheerst. Is de sfeer in een klas goed, dan kun je jezelf kwetsbaar opstellen en andere werkvormen gaan uitproberen zoals groepswerk.
Verdeel de klas eens anders in groepen
Als de klas snel in een paar groepen verdeeld moet worden, heb je al gauw kans dat steeds dezelfde leerlingen bij elkaar zitten. Waarom niet een keer een groepsindeling op basis van hele toevallige uiterlijke kenmerken? Alle leerlingen met een capuchontrui? Alle leerlingen met iets roods aan? Met streepjeskleding? Alle beugels bij elkaar? Of iedereen met pukkels? Alle meisjes van een bepaalde leeftijd met alle jongens van een jaar jonger. Of laat de leerlingen een kleur grabbelen uit een doos met gekleurde kaartjes. Dat gaat allemaal redelijk snel en je krijgt gegarandeerd groepen die anders zijn dan anders.
Een goede organisatie verdient zich terug
Dit is een van de tips van wiskundeleraar Henny Dullens. In het videofilmpje bij haar lerarenportret wordt deze tip verder uitgewerkt.
Klik hier om er rechtstreeks heen te gaan.
Geef duidelijke opdrachten
Wees altijd heel precies en consequent bij het geven van opdrachten. Vertel altijd wat er gedaan moet worden, hoe de leerlingen de opdracht dienen aan te pakken, welk hulpmateriaal ze kunnen gebruiken, hoeveel tijd ze hebben, wat er met de resultaten van de opdracht wordt gedaan en wat ze mogen of moeten doen wanneer ze eerder klaar zijn.
Kortom: Wat - Hoe - Hulp - Tijd - Resultaat - Klaar.
Zet de klas in een groepsopstelling
Waarom moeten de leerlingen opgesteld worden alsof een klaslokaal een trein is? Waarom is er niet altijd een groepsopstelling? Leren is beleven en beleven doe je samen.
Je kan bijvoorbeeld twee tafels naast elkaar zetten, en daarvoor twee tegenover elkaar. Zo ontstaat er een T. De voet van de T is naar het bord gericht. Daarmee is zowel teacher-centered als groepsgerichte aanpak mogelijk. Zet de tafel van de leraar midvoor. Dat geeft het beste overzicht.
Loop niet weg voor groepswerk
Juist ervaren docenten met een teacher-centered werkwijze zijn vaak bang voor groepswerk. Deze docenten voelen zich verloren als hun groepen enthousiast aan het werk gaan, omdat ze dan zelf niet meer het middelpunt zijn. Maar ook bij groepswerk is een leraar van groot belang.
Groepswerk moet je leren. Gun jezelf die tijd. Concentreer je in het begin op eenvoudige, maar fundamentele dingen. Communicatie en gedragsregels bijvoorbeeld: welk geluidsniveau (1=in stilte, 2=fluisteren, 3=zachtjes praten, 4=gewoon praten), wel of niet van je plaats af, wel of niet overleggen met andere groepen.
Laat niet het lot beslissen wie een beurt krijgt: beslis dat zelf
Geef bewust de beurt aan kinderen. Doe niet aan 'iet, wiet, waait weg' of iets dergelijks. En zorg ervoor dat je niet automatisch steeds dezelfde kinderen kiest.
Deze tip komt voor in de video bij het lerarenportret van Nancy Groenteman. Zie daar voor een verdere uitwerking.
En klik hier om er rechtstreeks heen te gaan.
Wijs proefwerkplaatsen toe
Bij een proefwerk zetten veel leraren de tafels uit elkaar. Schroom dan ook niet, als je dat nodig vindt, om leerlingen een andere plek toe te wijzen. Ga daarover geen uitgebreide discussies aan en stel je resoluut op, maar probeer het ook met een beetje humor aan te pakken: 'Ik had voor jou vandaag nog een mooie ereplaats in de aanbieding.' 'Ik wil dat je je proefwerk goed maakt en nergens door afgeleid kunt worden.' 'Volgens mij presteer je beter als je even van je vertrouwde omgeving loskomt.'
Een vast stramien in je lessen geeft de leerlingen en jezelf houvast
Dit is een van de tips uit het videofilmpje bij het lerarenportet van Hans de Jong, leraar Engels. Zie het filmpje voor de uitwerking van deze tip.
Klik hier om er rechtstreeks heen te gaan.
Laat het begin van de les aansluiten bij wat eraan voorafging
Het begin van een les wordt altijd voorafgegaan door iets anders: een andere les, een pauze, thuis. Voor een goed verloop van de les is het belangrijk heel bewust een brug te slaan tussen die vorige situatie en de komende les.
Deze tip komt voor in de video bij het lerarenportret van basisschoolleraar Nancy Groenteman. Daar wordt het aldus geformuleerd:
Sla bij het begin van de les een brug naar wat de klas op dat moment bezighoudt en naar het 'gevoel' van de groep. Daarmee leg je een gemeenschappelijke basis voor de les.
Zie de video voor een verdere uitwerking.
Klik hier om er rechtstreeks heen te gaan.
Werk samen met andere klassen
In het voortgezet onderwijs heb je onderbouw en bovenbouw. Die leerlingen hebben meestal niks met elkaar te maken en de leraren vaak ook niet. Is dat niet zonde? Waarom zou een leraar Engels van 5havo niet af en toe samenwerken met een leraar Engels van 1vmbo? Waarom zouden beide leraren niet soms hun leerlingen aan elkaar koppelen?
Als leerlingen van 1vmbo gesprekjes moeten voeren over vragen als 'What is your name? Where do you live? Do you have any brothers or sisters?', dan is het toch handig als die vragen gesteld en de antwoorden eventueel verbeterd worden door schoolgenoten van 5havo. Die zijn handig genoeg er extra vragen bij te verzinnen. Het is misschien een hoop organisatorisch gedoe, maar dit soort dingen zijn leerzaam voor beide partijen.